Elke gerechtelijke uitspraak moet worden geregistreerd. Vooraleer een uitspraak te zenden aan de partijen, moet de griffier deze aanbieden in het registratiekantoor om de registratierechten te berekenen, althans op een veroordeling tot betaling van een geldsom boven 12.500 €. Het registratierecht is dan 3%. Tenzij de geldsom een onderhoudsgeld is, of een veroordeling van de arbeidsgerechten.

Het kantoor van de registratie zal zich in eerste instantie tot de veroordeelde schuldenaar richten om de registratierechten op te eisen. Maar bij onvermogen of weigering van de schuldenaar bestaat er kans dat de ontvanger bij de schuldeiser komt aankloppen. In dat geval kan de ontvanger der registratie de winnaar van het proces slechts aanspreken (1)voor zover hij zelf betaling heeft bekomen en (2)voor maximum de helft van wat men effectief van de veroordeelde heeft ontvangen. De fiscus kan dus zijn vordering niet verhalen op de schuldeiser/winnaar van het proces als deze geen enkele betaling van de schuldenaar kreeg.

De registratierechten zijn te betalen zelfs ingeval van verzet of hoger beroep tegen het vonnis van veroordeling. Opschorting of uitstel wordt niet verleend.

Wordt het vonnis hervormd in hoger beroep dan moeten de reeds betaalde registratierechten geheel of gedeeltelijk teruggestort worden. Opgelet met een akkoordvonnis: dat kan niet hervormd worden in hoger beroep!

De regeling van de registratierechten kan soms erg onrechtvaardig lijken: wie een proces moet inspannen tegen een dief om zijn eigen bezit terug te krijgen of schadevergoeding te krijgen, zal het niet fijn vinden ook nog voor registratierechten te moeten opdraaien.